De meeste leerlingen deugen | Blog

✓ Beoordeeld met een 8,9

✓ 10+ jaar ervaring

✓ CRKBO & NRTO gecertificeerd

Gemiddelde
beoordeling

8.9

✓ Beoordeeld met een 8,9

✓ 10+ jaar ervaring

✓ CRKBO & NRTO gecertificeerd

Gemiddelde
beoordeling

8.9

De meeste leerlingen deugen | Blog


In het boek ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman (absolute aanrader!) wordt de volgende vraag gesteld: Een vliegtuig maakt een noodlanding en breekt in drie stukken. De cabine vult zich met rook. Alle inzittenden realiseren zich: we moeten hier weg. 

Wat gebeurt er? 

  • Op planeet A vragen inzittenden elkaar of ze in orde zijn. Personen die hulp nodig hebben, krijgen voorrang. Mensen zijn bereid hun leven te geven, zelfs voor vreemden.
  • Op planeet B is het ieder voor zich. Totale paniek breekt uit. Er wordt geschopt en geduwd. Kinderen, ouderen en mensen met een handicap worden onder de voet gelopen.

Vraag: op welke planeet leven we?

In het boek worden tal van voorbeelden beschreven waarom wij denken dat we op planeet B leven en tal van bewijzen waaruit blijkt dat we op planeet A leven. Wat hieruit voortvloeit is dat we de wereld hebben ingericht op planeet B, terwijl we uit mogen gaan van planeet A. Als we er dus vanuit kunnen gaan dat de meeste mensen deugen, dan deugen de meeste leerlingen dus ook! Kunnen we de verantwoordelijkheid voor onderwijs dan aan leerlingen geven en ze zo nodig ondersteunen?

Uitgaan van de leerling die niet deugt
Op veel scholen hoor ik dat leerlingen geen verantwoordelijkheid nemen. Ik denk dat leerlingen op de meeste scholen juist te weinig verantwoordelijkheid krijgen. Op een traditionele school is 90% van wat je moet doen al uitgedacht. Je komt om 8.30 uur op school, je hebt je boeken bij je, je start in lokaal 2.14, de docent heeft een les voorbereid en je doet mee en er wordt voor je bepaald welk huiswerk je moet maken. Zo gaat het van uur tot uur, dag na dag, week na week en dat duurt zo’n 4 tot 6 jaar. Typisch planeet B waar we de leerlingen moeten controleren. Natuurlijk zijn er dan leerlingen die niet altijd mee willen doen of gaan tegenwerken. Want als je de mogelijkheid niet hebt om stil te staan, heb je niet de mogelijkheid om te bepalen dat je vooruit wil. Op sommige scholen lijkt de leerling een lijdend voorwerp en als je autonomie wil ervaren rest je niets anders dan tegen te werken.

Een tussenoplossing?
Aan de hand van dit oude systeem zijn er allemaal goede, nieuwe interventies ontstaan. We weten nu dat een positieve benadering beter werkt dan een negatieve. We hebben het nu over positief klassenmanagement, Positive Behavior Support, enzovoort. Dit werkt allemaal en maakt het oude systeem iets beter, maar is het niet zo dat deze ingrepen kleine pleisters zijn op een systeem dat niet meer klopt? ‘Positief’ klassenmanagement bijvoorbeeld lijkt te zeggen dat we leerlingen mee moeten krijgen met iets dat ze eigenlijk niet willen. We zijn vergeten dat het doel van de leerling dezelfde is als dat van de docent. Maar waarom zitten we dan te managen en controleren (planeet B)? Geef jongeren de ruimte om hun eigen plan te maken hoe ze een vak halen!

Zoals hoogleraar Orthopedagogiek Luc Stevens die pleit voor meer eigenaarschap: “Het kind is eigenaar van zijn eigen ontwikkeling en is daarvoor competent” en onderwijskunstenaar Sjef Drummen die zegt: “Leerlingen worden niet slimmer als de leraar voor hen denkt.”.

Uitgaan van de leerling die deugt!
Maar wat gebeurt er als we de verantwoordelijkheid écht loslaten? Wat gebeurt er als we op een middelbare school heel duidelijk kunnen maken wat je moet kunnen om je diploma te halen en vervolgens is het aan de leerling. Uiteraard laten we de leerling niet los, maar hij blijft wel verantwoordelijk. “Hoe ga jij ervoor zorgen dat je aardrijkskunde voldoende afsluit?” Als het probleem bij de leerling ligt zal hij manieren gaan zoeken om dit op te lossen. Door een coachende houding aan te nemen, geef jij hem/haar de ruimte om het probleem aan te laten komen.

Coachen biedt dé taal om leerlingen verantwoordelijk te maken voor hun leerproces. In de theorie van oplossingsgericht coachen bestaat de flowchart die onderscheid maakt tussen de vrijblijvende relatie en de zoekende relatie. In de vrijblijvende relatie heeft iemand geen hulpvraag, in de zoekende wel. Regel 1 van de vrijblijvende relatie is: ga niet helpen! Op veel middelbare scholen zie je dat veel leerlingen in de vrijblijvende relatie de lessen bezoeken. Ze gaan zitten in de klas en wachten af wat er deze les te gebeuren staat. De docent begint met een onderwerp dat hij gekozen heeft.

Bron: Louis Cauffman

Nu zijn er scholen waar dit helemaal omgegooid is en de leerling het hele curriculum bepaald. Ik ben hier helemaal voor. Maar je hoeft een traditionele school niet helemaal om te gooien om hier toch mee aan de slag te kunnen. Je kunt zelfs alleen als docent hiermee aan de slag als de rest van de school nog niet mee doet. Geef bij wiskunde eens een moeilijke som die je nog nooit uitgelegd hebt met de opdracht dat aan het einde van de les iedereen die moet kunnen maken. Of geef een toets op voor over twee weken en laat aan de leerlingen over hoe de lessen eruit moeten zien (en uiteraard ben je er om te helpen, maar pas als er een vraag gesteld wordt). Of verder gevorderd: Hoe zorgen we ervoor dat we aan het einde van het jaar allemaal een voldoende staan voor dit vak? De kans is groot dat je als docent niet de stress hebt of je voor de herfstvakantie hoofdstuk 2 al behandeld hebt, maar dat deze stress bij de leerlingen ligt. Hoe zou een les er dan uit zien?

De coachende rol voor meer groeigeluk
Leerlingen kunnen je uitdagen om terug te vallen op het oude systeem, we denken tenslotte dat we op planeet B leven en daar heerst controle en dit zijn we gewend. De uitdaging is om te blijven ondersteunen zonder te helpen: “leading from one step behind.”

Belangrijk hierin is dat docenten echt leren coachen. Vaak wordt verwacht dat docenten dit wel kunnen. Wat je echter vaak ziet is dat veel docenten ontzettend goed kunnen begeleiden, maar dat coachen echt een ander vak is. Bij het begeleiden leid je iemand ergens naar toe, bij coachen stimuleer je de zelfsturing. Je hoort vaak op scholen dat de docent meer een ‘coachende rol’ moet krijgen. Er wordt veel geïnvesteerd in de randvoorwaarde, maar het kunnen coachen is hierin van het grootste belang. Als je 1 op 1 kunt coachen, kun je diezelfde taal, houding en vertrouwen naar een klas uitstralen. Passend bij planeet A, waar we op leven. Leerlingen geven aan dat ze het onderwijs leuker vinden en de resultaten gaan omhoog. Docenten geven aan dat de werkdruk lager wordt en hebben ook meer plezier in hun vak, over groeigeluk gesproken! 

Door September trainer: Maarten van Zwetselaar


Vond je dit een interessante blog? Meld je dan nu aan voor de training Growth mindset of een training over Coachen in het onderwijs!

Incompany traject in het kort

Verkenning van de ontwikkelsituatie in jouw organisatie of team

Flexibele samenstelling van intern programma in goed overleg

Combinatie van teamtrainingen en individuele coaching

Praktijkgerichte oefeningen met werkplezier

In 5 stappen naar Groeigeluk in het onderwijs

De vier basisprincipes voor groeigeluk

Hoe zorg je voor groeigeluk?

Ontdek jouw groeigeluk

Misschien vind je dit ook interessant?